Oerknal

Oerknal Astronomen denken dat het heelal is ontstaan tijdens de oerknal zo'n 13,7 miljard jaar geleden. Het heelal was toen een heel klein punt dat plotseling begon te groeien. In een hele korte tijd ontwikkelde het heelal zich en werd alle materie erin gevormd.

In het begin zat alles in een kleine ruimte opeengepakt, dus was het heelal erg dicht. Toen ontstonden er atomen, de bouwstenen van materie. Naarmate de tijd verstreek en het heelal verder uitzette, werd de dichtheid kleiner. Nu is de ruimte grotendeels leeg met alleen hier en daar dichtere delen zoals planeten, sterren en sterrenstelsels.

Het heelal is zo groot dat astronomen de meeste afstanden in lichtjaren uitdrukken. Een lichtjaar is de afstand die het licht in een jaar aflegt (9,5 duizend miljard kilometer). Licht heeft een snelheid van 300.000 kilometer per seconde en dat is de grootste snelheid in het heelal. Er bestaan allerlei soorten objecten in het heelal. Sommige zijn erg groot en andere zijn erg klein. De grootste objecten in het heelal zijn structuren die bestaan uit superclusters. Deze bevatten groepen van sterrenstelsels.

Een sterrenstelsel, zoals onze melkweg, heeft een doorsnee van 100.000 lichtjaar. In sommige sterrenstelsels ontstaan nu nog sterren, maar in andere is dit miljoenen jaren geleden gestopt. Planeten cirkelen rond de sterren.