Ruimtesondes

De belangrijkste ruimtesondes uit de geschiedenis...

Luna 2 - september 1959.

De eerste sonde die de maan bereikte in september 1959. Aan het einde van de reis storte hij neer op de maan.

Venera 4 - juni 1967.

De eerste sonde die op Venus landde en informatie over die planeet naar de aarde stuurde (in oktober 1967).

Zond 5 - september 1968.

Dit was de eerste sonde die om de maan vloog en ook terugkwam naar de aarde. Er waren schildpadden aan boord.

Luna 16 - september 1970.

De eerste ruimtevlucht waarbij voorwerpen mee terug werden genomen. De sonde landde op de maan, verzamelde een heel klein beetje maanstof en wat steen, en bracht dat toen terug naar de aarde.

Mars 2 en 3 - mei 1971.

De eerste sonde's die op Mars zijn geland. Ze konden helaas maar enkele seconden lang gegevens naar de aarde terugsturen (december 1971).

Pioneer 10 - maart 1972.

De eerste sonde die bij Jupiter aankwam (december 1973).

Pioneer 11 - april 1973.

De eerste sonde die Saturnus bereikte (september 1979).

Mariner 10 - november 1973.

De eerste sonde die foto's van Mercurius maakte (maart 1974).

Voyager I en II - augustus/september 1977.

De missies van de Voyager I en II waren twee van de succesvolste allertijden. De Voyager II werd op 20 augustus 1977 gelanceerd en de Voyager I op 5 september 1977. De Voyager I volgde een snellere route naar Jupiter en haalde de Voyager II in. In maart 1979 vloog de Voyager I langs Jupiter en stuurde allerlei informatie en beelden van de planeet naar de aarde. Hij ging verder en vloog in 1980 langs Saturnus en zijn grootste maan, Titan. De Voyager II bereikte Jupiter in juli 1979 en Saturnus in 1981. Hij vloog niet vlak langs Titan, maar vloog wel door naar Uranus. In januari 1986 verstuurde hij beelden van deze lichtblauwe planeet voordat hij zijn reis naar Neptunus begon. In augustus 1989 bereikte de Voyager II Neptunus, de laatste planeet van zijn missie. Alleen de verre planeet Pluto is nog niet door een ruimtesonde bezocht. Op 17 februari 1998 verliet de Voyager I het zonnestelsel, hij bevindt zich nu meer dan 10,4 miljard km van de aarde.

Viking - 1986.

De viking missies waren de eerste missies waarbij landers op Mars landden en het goed deden. Het project ging in 1986 van start. Omdat de kans groot was dat de Viking-sonde kapot zou gaan, werden er twee gemaakt. Als er één stuk zou gaan, kon de ander verder gaan met het werk. Uiteindelijk werkten alle twee de ruimtesondes goed. Naast de landers hadden de viking-sondes een deel dat in de omloop bleef. Deze delen brachten bijna het hele Marsoppervlak in kaart. Veel wetenschappers denken dat Mars ooit op de aarde leek. Er zijn aanwijzingen dat er ooit water was, dat betekent dat er ook leven ontstaan zou kunnen zijn. De Viking-landers hadden apparatuur om te onderzoeken of de bodem levende organismen, bevatte. Maar het onderzoek gaf geen aanwijzing van leven.

Galileo - oktober 1989.

De Galileo was sonde die naar Jupiter ging (december 1995). Hij kon een uur lang gegevens naar de aarde terugsturen, voor hij in de planeet verdween. Jupiter bestaat uit gas, dus je kunt er niet landen. De sonde begaf het door de hitte en de hoge druk.

Mars Pathfinder - 1997.

De Mars Pathfinder landde op 4 juli 1997 op Mars. De Pathfinder was het eerste ruimteschip dat op mars landde na de Viking I en II. De gesteenten op Mars vertonen kenmerken die alleen door stromend water veroorzaakt kunnen zijn. Maar er lijkt nu nauwelijks water op de planeet te zijn. De mensen hoopten dat ze hiermee konden achterhalen hoe dat kan. De Pathfinder stuurde wekenlang gegevens naar de aarde, hoewel de omstandigheden op Mars genadeloos waren. Op 27 september hield de ruimtesonde ermee op. Na de Mars Pathfinder kwam de Mars Globol Surveyor, deze werd naar Mars gestuurd om de planeet in kaart te brengen. Vele andere zullen volgen en de meeste zullen wagentjes bij zich hebben die over het oppervlak van Mars zullen rijden op zoek naar sporen van water.