Sterren

Sterren produceren enorm veel energie, ze worden geboren in samentrekkende wolken waterstofgas. Het gas wordt zo sterk samen geperst dat de temperatuur stijgt. Wanneer de temperatuur in het midden van de ster 10 miljoen C bereikt, botsen de kernen van waterstofatomen zo krachtig tegen elkaar dat ze versmelten en nieuwe kernen vormen. Deze kernfusie leidt tot de vorming van heliumkernen en het vrijkomen van energie, zodat de ster gaat schijnen.

Sterren hebben verschillende afmetingen. De zon is iets groter dan de meeste andere, maar sommige sterren hebben honderd keer zoveel massa als de zon. Een ster met een grote massa leeft maar een paar miljoen jaar, terwijl een ster met een kleine massa, zoals de zon, meer dan negen miljard jaar kan meegaan. De zon is nu ongeveer voor de helft opgebrand.

Omdat de sterren zo ver weg staan geven we de afstand aan in lichtjaren. Een lichtjaar is de afstand die het licht in een jaar aflegt. Het licht heeft een snelheid van 300.000 km per seconde. Dat is dus bijna 9500 miljard km per jaar. De dichtsbijzijnde ster is 4,3 lichtjaar ver weg, dat is dus bijna 41.000 miljard km!

Astronomen bestuderen sterren met hele grote telescopen. Deze telescopen, die in sterrenwachten staan, hebben twee spiegels die het licht in een brandpunt samenbrengen. Zoals alle apparaten moeten telescopen soms gerepareerd worden, dus in een sterrenwacht vind je alles wat nodig is om een telescoop te repareren. Men beweegt de telescoop vanuit de controlekamer met computergestuurde motoren. De gegevens worden door een astronoom verzameld.

In een sterrenwacht vind je ook camera's en andere instrumenten, die we detectoren noemen. Astronomen bevestigen deze onderaan de telescoop in een metalen kooi. De daarmee geregistreerde gegevens gaan naar de controlekamer en de beelden verschijnen op een computerscherm. De beelden worden op magneetschijven opgeslagen en door universiteiten over de hele wereld nauwkeurig bestudeerd.